


De hars
Om herstellingen aan de boot te doen, zijn er 2 producten die kunnen gebruikt worden: polyesterhars of epoxyhars. Beiden hebben hun voor en nadelen. Aangezien dat de boot uit oude polyester bestaat, kunnen we geen nieuwe polyester gebruiken, dit heeft een slechte hechting. Dus alle herstellingen worden met epoxy gedaan. Er bestaan veel soorten in, waarbij het grootste verschil zit in de viscositeit en de uithardingstijd. De hars die ik gebruikt hebt, heeft een zeer lange uithardingstijd, ongeveer 8 uur. en een relatief lange verwerkingstijd, ongeveer 40 minuten. Epoxyhars heeft 3 belangrijke fases. De eerste is de verwerkingsfase. Dit is de tijd van het mengen van de hars en de verharder tot de hars niet meer deftig kan aangebracht worden. Zoals men zegt, het begint te “gellen”. In de gelfase begint de hars te reageren met de verharder. Deze is een exothermische uitharding, dit betekend dat er veel warmte vrijkomt, welke nodig is om het geheel (de hars en verharder) te laten uitreageren. Deze fase duurt het langste. Hierna volgt nog de uiteindelijke uithardingsfase. Hierna is de epoxy volledig hard en blijft er geen residu over, mits de componenten goed gemengd zijn en de mengverhouding die de fabrikant voorschrijft gerespecteerd worden natuurlijk.
Eerst even iets over veilig werken met epoxyhars.
De verschillende componenten van epoxyhars, met de nadruk op de verharder, zijn zeer irriterend voor de huid. vermijd aanraking op uw handen, het zal beginnen jeuken en rood worden. Dus draag steeds deftige handschoenen, het beste is van die dunne chirurgische handschoentjes. Moest er toch op uw huid terecht zijn gekomen, kan dit verwijderd worden met aceton. De nog niet uitgeharde epoxy is oplosbaar in aceton, dus hou steeds een bus en enkele propere doeken in de buurt. Zorg dat er geen hars in de ogen of in de mond komt. Indien dit wel het geval zou zijn, onmiddelijk een dokter of het antigifcentrum contacteren. Zeker geen braakneigingen opwekken.
De reactie is exothermisch, dwz dat er veel warmte vrijkomt tijdens het reageren van de hars en de verharder. Meng dus niet in glazen bokalen of piepschuimen potjes. Het beste kan men de gemengde hars uitgieten in een verftray of een platte schaal. Door de oppervlakte te spreiden, zal de verwerkingstijd ook verlengd worden.
Epoxyplamuur
Epoxyplamuur wordt gemaakt door bij het “vloeibare glas” een filler toe te voegen. Deze fillers zijn er in vele varianten, en hebben zo hun eigen specifieke eigenschappen. enkele voorbeelden zijn gekapte glasvezels, zeer fijne gemalen glasvezels, Stewathix… enz. De meest interessante vind ik persoonlijk de Stewathix. Dit is een pluizige, zachte en zeer lichte filler, die van uw epoxyhars een super sterke plamuur maakt welke gemakkelijk aan te brengen is op de meest lastige plekken. Hoe meer Stewathix U mengt, des te sterker word de plamuur. Deze filler is uiterst geschikt om hoekverbindingen te maken (filets). Eens hard geworden en moet geschuurd worden, zal U het geweten hebben. Dus zo goed afwerken als mogelijk, is de boodschap als U Stewathix filler gebruikt.
glasweefsel
Om te lamineren gebruiken we glasweefseldoeken. Dit zijn doeken die bestaan uit geweven glasdraad. Niet zoals men bij polyester gebruikt glasvezeldoeken. Aangezien deze styreen nodig hebben om op te lossen, kunnen ze niet worden gebruikt bij epoxy. De glasweefseldoek wordt gebruikt om het oppervlakte waar ze op aangebracht worden, meer treksterkte te geven. Het kan vergeleken worden met de carrosserie van verscheidenen sportwagens, die vervaardigd zijn uit “carbon”. Enkel is de basis hiervan koolstofweefsel, geen glasdraadweefsel. Qua sterkte is het gelijk, enkel koolstofweefsel is veel lichter dan glasweefsel.
Er bestaan weefseldoeken in verschillende diktes, en ook in de manier hoe ze geweven zijn. De grote oppervlaktes worden meestal gelamineerd met “keper” geweven glasweefseldoek. De hoek verbindingen kunnen het best gelamineerd worden met “biaxiaal” geweven glasweefseldoeken. Deze is onder een hoek van 45° geweven, wat maakt dat het laminaat de opgevangen krachten in alle richtingen kan verdelen. Wat deze laminaat verbinding weer veel sterker maakt.
Lamineerdoek brengt men aan door eerst het oppervlakte te ontvetten, en dan te impregneren met een laagje hars. daarna legt men de doek over het oppervlak, vervolgens duwt men met een in vloeibaar glas gedopte verfborstel de doek aan, zodat de hele glasweefseldoek precies onzichtbaar wordt, en alle luchtbellen weg zijn. Leg er nog een extra doek over, dit zoveel u wenst. Van de laatst gelegde doek trekt U met een banketbakkerspatel of iets dergelijks zachtjes het overtollige epoxy weg.





De barrière
Als men verschillende lagen epoxy over elkaar wil leggen (een zogenaamde barrière) kan men dat op 2 methoden doen. Beide methoden zijn even goed.
Methode 1:
de gemakkelijkste, de “nat in nat” methode. Dit wordt gedaan op volgende wijze: Men brengt de eerste laag gepoxy aan op de ontvette ondergrond. Voor de finale uitharding, op het moment dat je met je vingernagel nog de laag kan indrukken maar deze niet meer aan uw vingers blijft kleven, moet de 2de laag aangebracht worden. De nat in nat methode heeft als grote voordeel dat de 2 lagen als het ware in mekaar verankerd zijn, en dat er niet hoeft geschuurd te worden tussen het aanbrengen.
Methode2:
Na het aanbrengen van de eerste harslaag, moet er gewacht worden tot de hars volledig is uitgehard. Hierna moet er grondig ontvet worden, en dan de oppervlakte licht opgeschuren, met een groffe korrel P80. Dan pas kan de 2 de laag aangebracht worden.
Voor mijn boot heb ik 6 lagen epoxy aangebracht. de eerste 3 waren blanke hars, de 3 laatste heb ik een rode pigmentkleur gegeven. Deze pigment is een soort van lopende pasta die je er pas onder draait als de hars en verharder met elkaar gemengd zijn.
De reden waarom de laatste lagen gepigmenteerd worden, is dat wanneer je de barrière begint glad te schuren, je zowiezo verschillende lagen afneemt. Als er witte plekken tevoorschijn beginnen te komen, dan weet je dat je al de helft van je barrierre hebt weggeschuurd. Een goed indictator dus.
Schuren!
Een van de leukste taken aan de bootrenovatie is het gelijkschuren van de romp. Voor het schuren is dit de belangrijkste tip: Als U wil dat het eindresultaat van de boot er strak glad en glanzend mooi uitziet, dan zal U v moeten schuren, heel veel moeten schuren. Tijdens dit schuren mag enkel en alleen de gedachte van ‘goed is niet goed genoeg‘ door uw hoofd gaan. U kan uzelf er natuurlijk snel van afhelpen, en enkel de grote zichtbare oneffenheden gladschuren…maar het eindresultaat (als de eindlak erop staat) zal dit bedrog zowiezo zichtbaar maken.
Om een mooi eindresultaat te verkrijgen moeten er enkele regels gevolgd worden. We bespreken nu enkel het schuren van de We bespreken nu het schuren van de epoxy barrière en eventuele geplamuurde oppervlaktes.
Zorg dat het te schuren oppervlak schoon proper en ontvet is. Zoals in het vorige hoofdstuk uitgelegd, gebruik Isopropylalcohol van bij de apotheker. Voor het schuren hebt U schuurpapier P120, P180 en P240 nodig, en een houten blokje met rubberen onderkant dat goed in uw handpalm ligt. Ik heb een schuursponzen blok gebruikt in plaats van een houten blok. Dit zijn uitwasbare sponzen met aan beide kanten een schuuroppervlak. Een P80 is perfect. Het is dus de bedoeling dat de schuurpapier in repen wordt gesneden iets breder dan de schuurblok en wordt vastgeniet. Met het schuurspons kon ik het schuurpapier vastmaken met punaisen. Het grote voordeel van zo’n spons is dat deze lichtjes meegeeft met de ronde contouren in de bootromp. maar het nadeel is dat je sneller oneffenheden over het oog kan zien.
We beginnen met de P120, bv te schuren aan de punt. de schuurrichting moet kruisgewijs gebeuren, eerst van rechtsonder naar linksboven. klaar! dan van linksonder naar rechtsboven. klaar! En terug van rechtsonder naar linksboven. klaar! En weer van linksonder naar rechtsboven… dit zolang er oneffenheden zijn! Om deze te vinden, moet u met een kurkdroge hand, het plat van uw hand en uw ogen gesloten, over de volledige geschuurde oppervlakte wrijven… langs alle richtingen… heen en weer… ogen gesloten houden… zacht met het plat van uw hand over het schuurstof heen… nog niet effen genoeg naar uw zin… en opnieuw kruisgewijs schuren. Let enkel wel op de verkleuring van de pigment in de epoxy, als die verkleurt, weet U dat u in de helft van de barriere zit, dit is nog geen probleem maar moet wel in het oog gehouden worden. Na de P120, ontvetten en dan schuren met P180. Dit is niet meer om oneffenheden weg te schuren. Dit is om de gladheid van de romp te verkrijgen en schuurkrassen te verwijderen die zijn gemaakt met de schuurpapier p120. Ook kruisgewijs beginnen. Hierna schuren met P240. Als U hiermee klaar bent, zal de boot al zeer zacht moeten aanvoelen. Moest het zijn dat U door de 6 lagen epoxy doorgeschuurt heeft, dan is er waarschijnlijk iets misgelopen met het opbrengen van de lagen, of hebt nog u veel te diepe oneffenheden in uw romp. Dan moet U overwegen of het niet beter is om deze dan op te vullen met aangedikte epoxy, en dan later terug een barriere aan te brengen.






De primer
Eenmaal alles naar mooi even geschuurd is, Moet het geheel in de primer gezet worden. Aangezien we met een 2K lak gaan schilderen, moet de primerverf ook 2K zijn. Geen 1K op 2K of andersom.
Ik heb gekozen voor de ZF-Primer van de Ijsel. Dit is een zeer sterke epoxy primer, die grotendeels voor ijzeren boten ontworpen is maar ook gebruikt kan worden voor polyesteren boten. Deze wordt aangebracht met een kortharige parketverfroller.
Na uitharding ontstaat er wel een zogenaamde “appelsienenhuid”. Dit zijn allemaal putjes in de primer, welke moeten weggeschuurd worden. Dit schuren doet men met waterbestendige P400 en P600, spons en water.
Wederom zoals voorheen, met het papier op het blokje bevestigd en kruisgewijze bewegingen maken tijdens het schuren. Alle putjes moeten weg, wat met de ZF-Primer een hele klus was. Als je de HB-Coating primer gebruikt, gaat dit wel iets eenvoudiger. Na de P600 gebruikt te hebben, zou het resultaat zeer mooi moeten zijn. Alles netjes glad.
De eindlaag
Als eindlaag heb ik de DD-lak van de Ijsel gebruikt. Dit is een polyurethaanlak welke ik op RAL3002 heb laten mengen RAL3002 is de kleurcode voor Robijnrood. 4 laklagen is perfect. Als de gebruiksaanwijzingen van de fabrikant gevolgd worden, is deze lak echt heel gemakkelijk met een verfroller aan te brengen. Heel belangrijk is de omgevingstemperatuur. Deze moet tussen de 17°c en 30°c zijn. Tussen deze temperatuur zal de lak mooi uitvloeien, zonder zichtbare strepen achter te laten. Ook de mengverhouding lak-verdunner is van zeer groot belang. Gebruik ook enkel de materialen die de fabrikant voorschrijft. Anders bestaat de kans groot dat er tijdens de schilderwerken wel dingen lopen die niet goed zijn voor het eindresultaat.
Gebruikte materialen zijn:
– Gasfiltermasker of 3M masker
– Wegwerpoverall + plastieken handschoenen
– Ontvetter + doeken
– Kleverige ontstoffingsdoekjes met bijenwas
– Verfroller + schuimrollers (afgerond langs beide zijden)
– Verfrolplank
– Viscositeitsmeter om de verdunner te doseren in de lak
– Mengspatel + mengbeker.
– Platte verfborstel met polyesteren haren
– Keukenweegschaal
Het te lakken oppervlakte dient zeer grondig ontvet te worden. Maar eerst gaan we de lak mengen. De 2 komponenten dienen zeer grondig af gewogen te worden, 1 op 2. De verf goed mengen, en dan op een zuivere plek wegzetten, eventueel afgedekt. Deze moet dan voorreageren. Hoe langer hoe beter, minstens een half uur. Tijdens het wachten kan het te schilderen oppervlak ontvet worden. Daarna moet dit met de kleefdoekjes afgenomen worden. Deze doekjes vegen alle minuscule stofjes en pluisjes weg, welke door de bijenwas vastgehouden worden.
Nu kan de lak verdund worden. Hiervoor maken we gebruik van de viscositeitsmeter. begin met enkele millimeters verdunner toe te voegen, en goed oproeren. Giet de viscositeitsmeter vol; als deze op 40 sec. is leeggelopen, is de verf perfect verdund. In het begin is dit wel wat uitzoeken, maar na enkele malen is dit wel goed te doen.
Vergeet zeker geen gasmasker te dragen, want de dampen van de verdunner zijn ontzettend schadelijk voor de gezondheid. Zorg dat de boot volledig afgeschermd is van tocht en regen, een gesloten garagebox is ideaal. Hou de reserve verfrollen en enkele vodden bij de hand, want eens begonnen met schilderen, moet er doorgewerkt worden en kan er absoluut niet gestopt worden. Tracht op voorhand al een schilderpatroon in gedachte te houden, zodat er tijdens het verven niet te veel tijd verloren gaat om dit nog te bestuderen.
Het verven gebeurd in 3 stappen: lak aanbrengen, uitrollen, en afstrijken.
Het aanbrengen wordt gedaan door de verfrol in de verf te rollen, niet te veel, niet te weinig. Werk in stukken van ongeveer een halve meter breed. De verf aanbrengen gebeurd van onder naar boven. Daarna het uitrollen van links naar rechts, en als laatste terug afstrijken van boven naar onder: eenmaal afgrollen. En afblijven! Naar het volgende stuk. Verf aanbrengen van boven naar onder – uitrollen heen en weer – afstrijke – en afblijven. naar de volgende… en zo heel het oppervlak. de overgangen zullen op deze manier netjes in elkaar vloeien. Het is ook zo dat de eerste lagen nooit dekkend zullen zijn. Als je 4 lagen zet, heb je 2 lagen om te oefenen, de 3de moet goed en de laatste moet perfect!
De laklagen hebben ongeveer 48uur nodig om volledig uit te harden, na 24 uur mag de volgende laag gezet worden, zonder te schuren tussen de lagen. Om dit 4 lagen te kunnen doen, vergt het wel een beetje planning van de komende dagen.
Tijdens het lakrollen zal de schuimroller stilaan beginnen opzwellen door de verdunner. Wacht niet te lang met wisselen, beter een rolletje meer gebruiken dan dat de verf begint rond te spatten. Moesten er toch haartjes of vuiltjes in de natte lak terecht komen, laat deze zitten. eens de lak droog is kunnen deze weggeveegd of weggepolijst worden.
Eens de lak volledig uitgehard is, en dit is pas na 7 dagen, kan de boot geschuurd worden met een waterbestendig schuurpapier P1000 P1500 en P2000. en dan netjes polijsten en waxen.
Wees fier op het resultaat!!







